10 July 2008
De commissie-Bakker laat het overgrote deel van de mensen die aan het werk geholpen moeten worden in de kou staan. Aan de opleiding, vaardigheden, motivatie en productiviteit worden hoge eisen gesteld. De arbeidsmarkt wordt zo beschouwd als topsport. Dat schrijft voorzitter Tof Thissen van Divosa, de landelijke vereniging van socialedienstmanagers, donderdag in een ingezonden stuk in Trouw. Volgens hem heeft Bakker te weinig voorstellen gedaan om mensen die aan de kant staan te helpen.
De commissie-Bakker laat het overgrote deel van de mensen die aan het werk geholpen moeten worden in de kou staan. Aan de opleiding, vaardigheden, motivatie en productiviteit worden hoge eisen gesteld. De arbeidsmarkt wordt zo beschouwd als topsport. Dat schrijft voorzitter Tof Thissen van Divosa, de landelijke vereniging van socialedienstmanagers, donderdag in een ingezonden stuk in Trouw. Volgens hem heeft Bakker te weinig voorstellen gedaan om mensen die aan de kant staan te helpen.
De door het kabinet ingestelde commissie-Bakker, onder leiding van TNT-topman Peter Bakker, kwam vorige maand met een langverwacht rapport over de vraag hoe meer mensen in Nederland aan een baan geholpen kunnen worden. Uitgangspunt was dat in de toekomst schaarste zal zijn aan arbeidskrachten, niet aan werk.
Werkgeversorganisaties waren positief over de aanbevelingen van Bakker, terwijl de vakcentrales FNV en CNV er meer kritische kanttekeningen bij plaatsten. Ook Divosa is teleurgesteld, zegt Thissen, die constateert dat het rapport vooral plannen bevat om mensen die nu al werken meer of langer te laten werken.
Thissen hekelt de door de commissie geformuleerde doelstelling van het aan het werk helpen van vierhonderdduizend mensen, omdat volgens hem 'ruim 1,3 miljoen mensen voor inkomen en werk zijn aangewezen op de hulp van de overheid'. Hieruit concludeert Thissen dat 'Bakker negenhonderdduizend mensen aan de kant laat staan'; mensen die te oud zouden zijn, al lang een uitkering hebben of gehandicapt zijn.
Het rapport bevat volgens Thissen te weinig plannen om deze 'outsiders' en de banen dichter bij elkaar te brengen. Thissen stelt dat deze mensen geen niet-willers zijn en vindt dat er behalve voor 'topsport' op de arbeidsmarkt, ook ruimte moet zijn voor 'breedtesport'.